Sinds een paar weken ben ik overstag: ik draag een fitbit. Jarenlang leek het me maar een nutteloos hebbedingetje voor gadget liefhebbers en #fitgirls. Ik ben geen van beiden, maar toch ben ik heel erg blij mee met mijn nieuwe vriendje. Sterker nog, ik laat de fitbit mijn leven bepalen.

Ik gaf de fitbit maanden geleden cadeau aan mijn wederhelft, in de hoop dat hij #superhealthy ging leven. Maar helaas, na een tijdje belandde de fitbit in een van onze vele rommelbakjes. Totdat ik hem eruit viste en een nieuw leven gaf om een nieuwe pols.

1. Ik word neurotisch, danwel fanatiek als het gaat om stappen

10.000 stappen per dag schijnt het minimum te zijn. Als je dat bereikt, kom je in een optimale staat van gezondheid terecht en hoef je (bijna) niet meer te sporten. Helaas is dat wat veel gevraagd voor iemand met een (gedeeltelijke) kantoorbaan, dus zet ik de mijne op 8000 per dag. Dat aantal haal ik goed, al zijn de dagen (in het weekend) waarop ik urenlang nauwelijks van de bank af kom ineens erg confronterend. Mijn stappenaantal blijft ver achter en de fitbit bromt ieder uur dwingend dat ik van mijn kont af moet komen. Ik heb hem namelijk zo ingesteld dat ik ieder uur tussen 07.00 en 18.00 minimaal 250 stappen moet stappen. Als dat niet dreigt te gebeuren, word ik meteen gestraft. Tijdens een lange vergadering begint hij boos te trillen en ik kan het niet laten om even mijn telefoon te checken voor het aantal stappen. Welgesteld 12 erbij in één uur. Zucht.

2. Mijn telefoonbatterij gaat verdraaid snel leeg

Whatsapp? Instagram? Nee hoor, de Fitbit-app is mijn favoriete app van het moment. Constant slinger ik de Bluetooth, GPS en data aan om maar mijn aantal stappen te kunnen zien. Ook als ik twee minuten heb gelopen, wil ik direct mijn stappenaantal controleren. En ik hoop steeds dat ik positieve berichtjes krijg van de Fitbit-app (”You are absolutely crushing it!”). In plaats van dat ik mezelf tegenhoud, sleep ik steeds een oplader mee.

3. Ik track mijn slaap met de Fitbit

Ook mijn nachten slaap houd ik nu nauwkeurig bij. Ik zie precies wanneer ik diep in slaap was, wanneer ik wakker was en wanneer ‘restless’ (dan draai ik me om). Het is confronterend om te zien hoe vreselijk onrustig ik slaap nadat ik (veel) heb gedronken en hoe ontzettend diep ik slaap als ik op de bank in slaap kukel om 20.00 uur. En hoe lang ik precies klaarwakker naar het plafond heb gestaard. Of het heel nauwkeurig is weet ik niet (tsja, wat merkt zo’n apparaat allemaal aan een simpel polsbandje), maar het is leuk om te zien. Gewoon leuk.

4. Neurotisch? Nee, een obsessie

Als de avond valt en ik heb mijn stappen nog niet gehaald, dan ontstaat er in mijn hoofd een heftige race tegen de klok. Verwoed begin ik de keuken te poetsen, spullen naar zolder of de kelder te brengen, de was te vouwen en daarbij absurd vaak ieder shirtje apart in de kledingkast leggen en drie kleine prulletjes los van elkaar in de kliko te gooien. ALLES doe ik, om nog maar die stappen te halen. Nu ik dit type, wil ik over een uur in bed liggen en ik moet nog 278 stappen zetten om mijn doel te halen. Wat dóe ik hier nog??? Ik ga snel van de zolder naar de kelder op en neer rennen.