Een gelukkig 2018 voor u allen! Op 14 oktober 2012 begon Incognitief als een blog van bevriende (ex-)studenten, die hun penvaardigheden op peil wilden houden met opiniërende artikelen over sport, film, literatuur en muziek. Later kwamen daar ook Radiogollems, televisie- en maatschappelijke bijdragen bij. Podcasts en YouTube-filmpjes. We zijn trots op wat we vijf jaar lang op dit Opinieblog met Ballen hebben geplaatst. Bij wijze van afsluitende ijdeltuiterij komen nog éénmaal hier de persoonlijke favoriete bijdragen van alle huidige en voormalige Incognitiefredacteurs voorbij. Bedankt! En hopelijk zien we u, lezer, nog een keer terug. Al was het maar op een pubquiz, want daarvan kunnen we nog moeilijk afscheid nemen.

Ricardo Walinski: RB Leipzig is de leukste club in Europa

Het meest trots ben ik op mijn artikel over RB Leipzig. Het was een van mijn laatste artikelen voordat ik mijn hoofdredacteurschap naast me neerlegde. Alles wat ik geleerd heb bij Incognitief culmineerde in dit verhaal. Inmiddels heb ik ook een wedstrijd bezocht in Leipzig (samen met Nils) en dat was alles wat ik ervan verwachtte!

Sophie Dassen: Marie Calloway – Waar was ik goed voor in jouw leven

In 2014 schreef ik dit artikel voor Incognitief. Maanden later stond Marie Calloway ineens groots in de Volkskrant met een interview en onze views schoten door het dak! Calloway werd daarna in een leesavond van Das Magazin kritisch benaderd en is daarna in Nederland nooit meer teruggezien. Sterker nog: ze heeft daarna nooit meer iets geschreven. Met alle #metoo-commotie had ik dit boek nu anders gelezen en er vast ook een ander artikel over geschreven, maar ik sta er nog steeds volledig achter.

Martijn Kroese: Bloed, zaad en tranen

Ik weet nog dat ik aanvankelijk begon te schrijven in een soort ongeleide poging de filmstroming New French Extremity te duiden. Uiteindelijk had ik een theorie op papier staan die de jaren vijftig met de 21e eeuw verbond en waardoor eigenlijk heel mooi duidelijk werd hoe een aantal invloedrijke regisseurs uit verschillende landen elkaar jarenlang hadden beïnvloed en geïnspireerd. Dit artikel is het beste voorbeeld van een stuk waarbij ik al schrijvend tot allerlei inzichten kwam die ik voordien helemaal niet had. Daar kan ik achteraf nog steeds van genieten.

Paul Aerts: Ik wilde gewoon een schildpad zijn

Het meest trots ben ik op de column over de 11-jarige pianist Carter Muller. Met ogen die vuur spuwden schreef ik mijn frustratie over kindsterren van me af. Misschien denk je: allemaal afgunst. Vind ervan wat je wil, maar ik smeek je, managende veertiger, ouder van een supertalent of supertalent zelf: Lees deze column, kijk het bijgevoegde fragment van Pauw & Witteman terug, en bedenk of dit de wereld is die we voor een kind, hoe talentvol ook, moeten creëren. Helaas is deze column mijns inziens nog steeds relevant. Zoals Spinvis het later raak zingend formuleerde: “Erf de ogen van je kind, kijk erdoor.”

Nils Hermans: Gisteren heeft Samsung mijn scheetje gehoord

Dan schrijft iedereen in zijn of haar zwanenzang vol trots en met enige weemoed over wat jarenlang schrijven voor Incognitief hem of haar heeft bijgebracht. En dan kom ik weer met mijn Samsungscheetjesartikel de boel naar de grond trekken. Tsja. Dat was ook wel een beetje mijn rol in de redactie, dus dat past wel. In dit artikel combineerde ik mijn liefde voor tv met de opkomende surveillancestaat, maar omdat dat toch wel diepvermoeiend zou worden, heb ik er een licht satirisch sausje overheen gegooid. Met gegrilde aubergine. Echt heel lekker. Sindsdien nog regelmatig gegeten. Probeer het recept eens. Het staat onderaan het artikel.

Niels Beerkens: Een uitstervend ras

In een misschien iets te weemoedige bui beschreef ik de steeds verder afnemende zichtbaarheid van de alto in mijn eigen omgeving. Resultaat: een piek in het aantal lezers en een stortvloed aan berichtjes van boze en bezorgde alto’s variërend van uitnodigingen om in een jongerensoos eens een biertje te komen drinken tot het verwijt dat ik een nieuwe vriendin moest zoeken. Bijna twee jaar later is er een hoop veranderd: ik spot weer steeds meer alto’s, de lokale soos was laatst voor het eerst in jaren weer eens open, ik heb een paar blitse nieuwe bandshirts en de vriendin die ik moest inruilen is ondertussen mijn vrouw. Eind goed, al goed. Mochten er nog steeds boze alto’s op een rectificatie zitten te wachten, gelieve dit bericht als dusdanig te beschouwen.

Judith Bosch: PS Geen teef

Heel veel artikelen die ik heb geschreven vond ik niet veel later alweer stom. Omdat ik het onderwerp niet goed in de vingers had en er toch iets over had willen schrijven, of omdat ik te laf was geweest om een sterker standpunt in te nemen. Ach ja, you’re your own worst critic. Toch zijn een paar artikelen die ik nog altijd met plezier kan teruglezen. Het artikel over mijn tienerdagboek bijvoorbeeld. En over het briefje van mijn broertje dat ik daarin vond.

Lisa van Rens: Game of Thrones Exhibit – all men must exit through the gift shop

Mijn favoriete artikel voor Incognitief is het fotoverslag dat ik heb gemaakt van een bezoek aan de Game of Thrones-tentoonstelling in mei 2015. De eerste keer dat we voor Incognitief een fotoverslag maakten. Toegegeven: de laatste seizoenen van Game of Thrones hebben mijn fandom iets getemperd, maar het was heel leuk om props uit de serie van dichtbij te zien. Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik in mei 2015 al zag dat The Hound én Benjen Stark op de muur van de doden ontbraken. Komen die voorspellende gaven toch nog van pas.

Stefan Meeuws: Ik hou helemaal niet van festivals

Het is niet mijn best gelezen blog, of die met de mooiste zinnen, maar wel eentje die meteen reacties opriep. Zowel mensen die het snapten als mensen die me een aansteller vonden, of een “mietje”. Ik vond Down The Rabbit Hole een heel tof festival, maar vooral ook doordat ik thuis kon slapen en me niet per se vierentwintig uur in een feestende menigte hoefde te mengen. Dat beviel zo goed, dat ik in 2018 waarschijnlijk weer ga. En ook weer ‘s avonds naar huis ga. En dan voel ik me niet beter of minder dan andere mensen. Ik doe het gewoon op mijn eigen manier. En als jouw eigen manier is: lekker kamperen…. Dan moet je dat vooral doen! En met een blog discussie oproepen is het leukste wat er is, toch? Dus deze blog is wat dat betreft in ieder geval geslaagd.

Lotte Wijfje: Zeven types die je tegenkomt in de horeca

Toen ik dit stukje schreef liep mijn vier jaar durende horecacarrière bijna op z’n einde. Maar dat wist ik toen nog niet. Ook niet hoe erg ik het zou missen. Inmiddels ben ik nooit meer de horecatijger maar nog regelmatig de (on)gewenste gast. Nu ik de hele week op kantoor zit en een soort van serieus probeer te leven doordeweeks, staan de weekenden vaker dan mij lief is in het teken van bier. Of wijn. Of gin tonics (nooit een heel goed idee). Consequent het feit negerend dat ik geen student meer ben en maandagochtend weer zachtjes huilend achter mijn computer moet plaatsnemen. Maar ach, yolo. De arrogantie waarmee ik dit stuk schreef is achteraf gezien wel grappig, zeker nu ik me tegenwoordig schuldig maak aan de impersonatie van zo’n beetje alle types die ik veroordeelde. Dus. Mooie tijd.

Coen van Rossum: De grootste rugbylegende aller tijden is overleden

In een tijd waarin rugby nog puur amateuristisch was, was daar plots de grote vriendelijke reus in het zwarte shirt. Jonah Lomu, de eerste rugbyprof. Het meest indrukwekkende is dat Lomu in feite doodziek was: zijn nieren faalden, en tussen wedstrijden door lag hij bijna dagelijks een paar uur aan een dialyseapparaat. Het mocht uiteindelijk niet baten. Hij bleef een voorbeeldig boegbeeld van de sport, tot 2015, toen hij totaal onverwacht tijdens een vakantie na het WK Rugby bezweek. Zijn nalatenschap leeft echter voort. Iedere gigantische winger wordt nog altijd gezien als de nieuwe Lomu. Maar laten we eerlijk zijn: in 2017 kan er nog steeds niemand aan hem tippen.